terug naar... home
Vereniging Oud Hoorn
Home
Vereniging Oud Hoorn    Oost-Indisch Pakhuis - Onder de Boompjes 22, 1621 GG Hoorn - Telefoon: 0229 - 27 35 70 - www.oudhoorn.nl
Vereniging
  • Adres
  • Contact
  • Organisatie
  • Van het bestuur
  • Lidmaatschap
Activiteiten
  • Documentatiecentrum
  • Kwartaalblad
  • Werkgroepen
  • Winkel
Stadshistorie
  • Ontstaan van Hoorn
  • Gevelstijlen
  • Wandelroutes
  • Gebouwen
  • Kerken
  • Bedrijven
  • Scholen
  • Wereldoorlog II
Diversen
  • Gestelde vragen
  • Oud Hoorn links
  • Copyright/colofon
  • Sitemap


Wereldoorlog II
- Wereldoorlog II -

Stem nu op Vereniging Oud Hoorn
Oost Indisch Pakhuis
Verenigingsgebouw
Oost-Indisch Pakhuis
RSS nieuws Nieuws
RSS nieuws Recent
RSS nieuws Activiteit

Uit de voorgeschiedenis van Oud Hoorn (8/8)

Commissielid De Vries verklaarde dat hij als wethouder niet bepaald tegen aankoop is geweest, maar het toch betreurde dat de gevel eigenlijk geheel nieuw zou worden en daardoor, wat hem betrof, zijn antiquarische waarde zou verliezen. Hij vroeg zich af of het niet mogelijk was nog andere gedeelten van de oude gevel dan de puibalk in de nieuwe gevel te plaatsen.
Kerkmeijer antwoordde hierop dat de architectonische waarde van de gevel, ook volgens de Nederlandsche Oudheidkundige Bond, zo boven alle twijfel verheven was, dat restauratie, zelfs met geheel nieuw materiaal, ten zeerste was aan te bevelen.
Brouwer wees nog op de interessante binnenarchitectuur, die zou verdwijnen als de gemeente niet koopt.
Hij vond dat behalve de puibalk ook de zandstenen lijst daarboven, de gesneden houten consoles, het deurkalf met jaartal en de deur, alsmede de gevelstenen en een groot deel der metselstenen van de bovengevel weer gebruikt konden worden. Op die wijze werden alleen de dragende houten constructiedelen van de onderpui en de bovenkozijnen geheel vernieuwd.

Met algemene stemmen werd nu besloten positief te adviseren over de aankoop door de gemeente en daarbij tevens te wijzen op de wenselijkheid om zoveel mogelijk het oude materiaal weer te gebruiken. De Vries wenste dat Faber en Kerkmeijer toezicht zouden houden bij de restauratie. De burgemeester merkte op dat het een gemeentezaak was en dat Faber als gemeentearchitect verantwoordelijk was voor de restauratie. ‘Intusschen - als de heer Faber geen bezwaar heeft tegen een samenwerken met den heer K. in deze? De heer Faber antwoordt dat het hem aangenaam zal zijn bij deze restauratie te kunnen gebruik maken van de adviezen van den heer Kerkmeijer, en de heer K. verklaart zich gaarne bereid om, voor zoo ver noodig, in deze van advies te dienen’.
Op 11 april 1917 werden in de commissie mededelingen gedaan omtrent de Fraghtwagen. De gemeente had het pand voor ƒ 3.250,- gekocht en Faber had een restauratieplan gemaakt, dat zou worden uitgevoerd in overleg met de Rijksbouwmeester Adolf Muller. ‘Zoodra het weer iets zachter is, wordt met het werk begonnen, dat niet aanbesteed maar uit de hand zal worden uitgevoerd door den timmerman v.d Berg, die ook bij den aankoop zijn goede diensten verleende’.
In december kon de burgemeester melden dat de restauratie ten einde was gebracht op enkele kleinigheden na, bijvoorbeeld reparatie van enige luiken en het van de kalklaag ontdoen van de metselsteen aan de bovenverdieping. Een woord van dank aan het adres van Faber en Kerkmeijer voor hun leiding van deze restauratie werd door de commissie met applaus onderstreept.

De commissie beperkt zich weer tot museumtaken
Nadat de commissie van toezicht op het Westfries Museum een belangrijke stoot had gegeven tot de oprichting van de Vereniging Oud Hoorn en de Bouwplancommissie kon zij zich weer volledig gaan wijden aan de museumtaken en zien we de ‘monumentale’ kwesties langzamerhand uit de commissieverslagen verdwijnen.
Commissielid Donker gaf blijk van historisch inzicht toen hij in april 1917 opmerkte dat de jaarverslagen behalve de geschiedenis van het museum ook de geschiedenis bevatten van ‘hetgeen in ‘t belang van onze oude bouwwerken is verricht. Dit kan voor later een goede vraagbaak zijn.’
Zijn voorstel die jaarverslagen te laten bijeenbinden en te voorzien van een alfabetisch register vond bij alle leden instemming.
In december 1917 sprak de commissie nog over de slecht gerestaureerde en weer bouwvallig wordende gevel van fotograaf Schepel aan het Grote Noord 40, maar men laat dit verder voor wat het is.
Donker vestigde in dezelfde vergadering de aandacht van de commissie op het fraaie stucwerk in het gebouw van de remonstrantse gemeente, dat het zeer waard is van de witkalk ontdaan en schoongemaakt te worden. ‘Men zal dit ter sprake brengen in de Vereniging “Oud-Hoorn”, waar het te huis behoort’, werd hem geantwoord.
Op 23 januari 1918 tenslotte kwamen plannen ter sprake voor een Gids van Hoorn. De commissie was ten zeerste ingenomen met deze plannen en vond dat ze ondanks de ongunstige tijden moesten worden uitgevoerd, ‘waardoor die “Gids” klaar kan zijn tegen den tijd dat weder een grootere toevloed van vreemdelingen kan worden tegemoet gezien’.
‘Toch meent men dat deze zaak meer eigenaardig bij de jonge Vereeniging “Oud-Hoorn” te huis behoort dan bij onze Commissie’. De aanwezige bestuursleden van Oud-Hoorn verklaren zich bereid de zaak in hun midden nader te overwegen.

Tot zover dit inventariserende overzicht van de rol van de commissie van toezicht op het Westfries Museum in de monumentenzorg te Hoorn in de periode voor de oprichting.

 

<< Vorige

 

Archivering
Overzicht
Kwartaalblad 1992/1
Uit de voorgeschie-
denis van Oud Hoorn
Leo Hoogeveen
(1) Pagina 28
(2) Pagina 29
(3) Pagina 30
(4) Pagina 31
(5) Pagina 32
(6) Pagina 33
(7) Pagina 34
(8) Pagina 35
info@oudhoorn.nl
© 2001-2012 Vereniging Oud Hoorn