De bestuursleden van Oud Hoorn (9):
Pieter Nooteboom (1947-1963) de vergeten ereburger van Hoorn
Eerder verschenen in Oud Hoorn Kwartaalblad 2002 nr. 1 (maart), pagina 11-13.
Auteur: Leo Hoogeveen.
Leo Hoogeveen
Dit jaar 2002 viert Oud Hoorn zijn 17e lustrum. In de vorige lustrumjaren 1992 en 1997 is in dit blad
aandacht geschonken aan de geschiedenis van onze vereniging met onder meer levensschetsen van voormalige
bestuursleden, Dit jaar wil ik deze traditie voortzetten en opnieuw vier willekeurig gekozen
oud-bestuursleden in het zonnetje zetten. Deze keer Pieter Nooteboom, bestuurslid van 1947-1963.
Het ereburgerschap van een gemeente is een schaars artikel en moet
dat ook blijven. Hoorn deelt het zo eens in de 25 jaar uit. De eerste
maal op 1 oktober 1937 aan Johan Christiaan Kerkmeijer, vervolgens
op 28 december 1961 aan Pieter Nooteboom en tenslotte op 13 oktober
1987 aan Dirk Breebaart. Over een jaar of tien kunnen we dus de
volgende ereburger tegemoet zien...
Alle drie de ereburgers waren van oorsprong 'buitenpoorters' en
alledrie enorme sjouwers, bereid om alles aan te pakken wat voor hun
nieuwe woonplaats van nut zou kunnen zijn. Kerkmeijer kwam op zijn
21e naar Hoorn, Nooteboom op zijn 35e en Breebaart op zijn 67e.
Kerkmeijer was en Breebaart is bij zijn leven al een legende en over
beiden is al veel geschreven.
Nooteboom is wat in de vergetelheid geraakt. Misschien is dat niet zo
verwonderlijk, want hij heeft een groot deel van zijn leven in de
schaduw gestaan van Kerkmeijer, met wie hij overigens zeer goed
bevriend was. Als we de lange lijst met functies van Kerkmeijer en
Nooteboom over elkaar heen leggen, dan zien we dat de meeste
samenvallen: tekenleraar, lid van de commissie van toezicht op het
Westfries museum, lid van de Bouwplancommissie van de gemeente Hoorn
(een voorloper van de welstandscommissie), lid van de commissie
Landelijk Schoon van het Historisch Genootschap Oud West-Friesland
(nu Westfries Genootschap geheten), lid van de Monumentencommissie
van de gemeente Hoorn, lid van het comité voor de oprichting van
een gedenkteken voor de oorlogsslachtoffers, bestuurslid van de
Vereniging Oud Hoorn en bestuurslid van de Vereniging Het Carillon
te Hoorn.
Nooteboom was directeur van de Ambachtsschool, Kerkmeijer secretaris
en later voorzitter van het bestuur van die school.
Kerkmeijer was conservator van het Westfries Museum, Nooteboom nam
die functie na diens vertrek tijdelijk waar. Vrijwel overal werkte
Nooteboom dus met en in de schaduw van Kerkmeijer, die steeds
voorzitter was. Slechts van enkele verenigingen waarin hij zonder
Kerkmeijer in het bestuur zat was Nooteboom zelf voorzitter. Van de
Vereniging tot Evangelisatie bijvoorbeeld, een samenwerkingsverband
van orthodox hervormden, die een kapel in de Eikstraat liet bouwen;
Kerkmeijer had een vager godsbesef. En van de Woningbouwvereniging Arbeidersbelang.
Nooteboom trad in 1957 nog toe tot de Saneringscommissie van de
gemeente Hoorn, maar toen was Kerkmeijer al overleden.
Nooteboom had een kalmerende invloed op Kerkmeijer. Mulder schrijft
daarover: “Hoe vaak heeft hij met zijn rustige reconciliante
natuur zaken weer in het goede spoor gekregen, die door de
heftigheid van zijn goede vriend Kerkmeijer en anderen dreigden mis
te gaan". Hij noemt Pieter Nooteboom een wijs en verdraagzaam
mens.
Pieter Nooteboom is op 29 september 1881 in Rotterdam geboren. Hij
behaalde daar de M.O.-akte tekenen, werd in 1904 leraar aan de
Ambachtsschool te Alkmaar en later directeur van de Ambachtsschool
te Emmen.
Op 18 juli 1906 trouwde hij in Dordrecht met Adriana de Waal. Ze
kregen drie zonen: Wouter (8-8-1907 Alkmaar), Dirk (30-5-1909 Emmen)
en Pieter (19-8-1916 Emmen). Nooteboom heeft veel persoonlijk leed
gekend. Zijn zoontje Dirk stierf op 22 maart 1920, nog geen elf jaar
oud. Zijn jongste zoon Pieter, die in 1935 een opleiding ging volgen
aan het Instituut voor de Marine in Den Helder, kwam op 27 februari
1942 tijdens de slag op de Javazee om het leven. Ook zijn vrouw
heeft hij overleefd.
Op 16 maart 1917 benoemde het bestuur van de Vereniging 'De
Ambachtsschool voor Hoorn en Omstreken' uit zeven sollicitanten
Pieter Nooteboom tot directeur. Secretaris van dat bestuur was J.C.
Kerkmeijer. Dit was het begin van een jarenlange vriendschap en samenwerking.
Nooteboom kwam op 25 mei 1917 met zijn gezin naar Hoorn. Hij woonde
achtereenvolgens op het Kleine Noord 29, Drieboomlaan 82 en 112,
Koepoortsweg 103 en in het Diaconiehuis aan het Achterom 3.
Op 14 februari 1963 is hij overleden in Den Helder, waar hij in
verband met zijn ziekte bij familie verbleef. Op 15 februari is hij
begraven op de algemene begraafplaats aan het Keern.
Op zijn 70e verjaardag in 1951 is hem een receptie aangeboden als
blijk van erkenning voor zijn verdiensten voor de Hoornse
samenleving.
De gemeenteraad benoemde hem op 28 september 1961 tot ereburger van
Hoorn. "De belangeloze wijze, waarop de heer Nooteboom gedurende
een lange reeks van jaren het algemeen belang op het terrein van het
technisch onderwijs, het kerkelijk, culturele en maatschappelijke
leven heeft gediend rechtvaardigt naar onze overtuiging een
bijzonder blijk van waardering van de zijde der plaatselijke
overheid", aldus burgemeester en wethouders in hun raadsvoorstel.
Niet specifiek genoemd in het raadsbesluit maar van uitzonderlijk
belang voor de historie van Hoorn is de grote collectie foto's en
negatieven die hij heeft nagelaten. Nooteboom heeft tientallen jaren
systematisch alle veranderingen in het stadsbeeld en op het
West-Friese platteland fotografisch vastgelegd. Dat vloeide voort
uit zijn lidmaatschap van de Bouwplancommissie en de Commissie
Landelijk Schoon. Hij bouwde ook fotocollecties op voor het
Westfries Museum en de Dienst van Openbare Werken van de gemeente Hoorn.
Al deze collecties berusten nu bij de Archiefdienst Westfriese
Gemeenten. Yvonne Hanou heeft er in 1997 een inventaris van samengesteld.
Toen Nooteboom na het overlijden van zijn vrouw in 1949 verhuisde
naar het Diaconiehuis had hij geen ruimte meer voor zijn omvangrijke
collectie negatieven. C. Ruitenbeek, directeur van Gemeentewerken,
bood hem daarop ruimte aan in zijn gebouw aan het Gerritsland 61,
inclusief een donkere kamer. Nooteboom zorgde zelf voor de algehele
afwikkeling der foto's. Hij was soms urenlang bezig in die donkere
kamer, zo verhaalt een plaatselijk dagblad in 1961. "Hoe ben je
tot de fotografie gekomen?" vroeg in 1953 een redacteur van
Hoornsignaal aan Nooteboom. Diens antwoord is hierbij afgedrukt
Pieter Nooteboom is in de algemene vergadering van 23 juni 1947 tot
bestuurslid van de Vereniging Oud Hoorn gekozen in de vacature van
W.J. Gorter, de naar Haarlem overgeplaatste commissaris van politie.
Maar hij was al sinds de oprichting actief in de vereniging. De
lantaarnplaatjes waarover hij in Hoornsignaal schrijft, heeft hij
ook gebruikt bij lezingen voor Oud Hoorn. Hij is bestuurslid
gebleven tot aan zijn overlijden.
Overdruk 'Hoornsignaal' St. Nicolaas nummer 1953.
VOOR DE VUIST WEG
P. Nooteboom, honderden opnamen.......
Hoe ben je tot de fotografie gekomen?
Dat was de vraag. die mij gesteld werd door een van mijn kennissen, die lid is van de redactie van
Hoornsignaal, toen ik hem in de morgen van 29 Oct. jl. op straat tegenkwam.
Mijn eerste reactie was de wedervraag: "Wat stel jij daar voor belang in?"
"Dat zal ik je vertellen: dat zit zó: De redactie van
Hoornsignaal heeft een nieuwe rubriek geopend onder de naam
"Voor de vuist weg" en daarin moet je nu schrijven en
vertellen hoe je tot de fotografie bent gekomen. Als het mogelijk is
dan graag morgen klaar. Nou saluut! Doe je best en zo maar voor de
vuist weg, hoor!"
Wat moet je in zo'n geval doen? Kans om te protesteren krijg je
niet. Dus ging ik naar huis en terwijl ik daar op de dop van mijn vulpenhouder zat te zuigen vond ik toch, dat er wel "wat in
zat", niet in die dop natuurlijk, maar in dat verzoek tot schrijven. Ik wil dan ook trachten te vertellen hoe ik aan mijn
hobby gekomen hen.
Naar mijn mening is bij bijna ieder mens ingeschapen het verlangen, de neiging om uit te beelden hetgeen zijn interesse heeft of wat
voor hem van belang is. Die neiging blijkt wel heel duidelijk bij
onze kinderen, uit het spreekwoordelijk kladboek van Jantje, waarin
soms weleens iets heel merkwaardigs voorkomt. Het afbeelden door
middel van tekenen eist echter meer geduld en oefening dan menigeen
op latere leeftijd kan opbrengen. Het is dan ook niet te
verwonderen, dat de amateurfotografie een zeer brede schare van
beoefenaars trekt; de "knipserij" is ook zo gemakkelijk en
aantrekkelijk. Ik wil hiermede echter geenszins beweren, dat alle
amateur-fotografen niet meer dan "knipsers" zijn.
Persoonlijk geef ik de voorkeur aan tekenen en één geslaagde
tekening geeft mij meer voldoening dan vele foto's.
Als technisch hulpmiddel en voor documentatie is de fotografie echter onontbeerlijk.
Toen ik 50 jaar geleden mijn intrede deed bij het nijverheidsonderwijs, bestonden voor dat onderwijs practisch nog
geen hulp- en leermiddelen; alles moest door de leerkrachten bedacht en eigenhandig gemaakt worden. Toen vooral ben ik tot de fotografie
gekomen en heb, voornamelijk tijdens mijn verblijf in de Z.O.-hoek van Drenthe, honderden opnamen gemaakt, vooral reproducties uit plaatwerken, die ik tot lantaarnplaten verwerkte en die mij van veel nut zijn geweest.
Bij mijn vestiging in Hoorn, in 1917, kwam ik al spoedig onder de bekoring van de schoonheid, die onze onvolprezen stad in zo ruime mate bezit. Over weinig tijd beschikkende heb ik toen jarenlang de fotografie beoefend voor eigen genoegen; thans nu ik geheel ambulant geworden ben, doe ik dat nog, maar ik doe het meer stelselmatig en breng zo veel mogelijk in beeld alle veranderingen, die zich in onze snel groeiende stad voltrekken.
Het is prettig werk, dat, naar ik hoop, in de toekomst ook nuttig zal blijken te zijn.
P. NOOTEBOOM
Er zullen maar weinig mensen in Hoorn en naaste omgeving zijn, die de schrijver van dit artikel niet
kennen. Zeer velen zullen zelfs een aangename herinnering aan hem hebben, dank zij hun studiejaren aan de
Hoornse Ambachtsschool.
De heer P. Nooteboom werd in 1881 in Rotterdam geboren, doch groeide op in Dordrecht, waar hij ook de
Ambachtsschool bezocht. Hij deed dat met zoveel succes, dat hij verder mocht studeren, hetgeen hij
uiteraard deed aan de Tekenacademie te Rotterdam.
In 1901 werd onze gastschrijver benoemd tot leraar aan de Alkmaarse Ambachtsschool, om in 1908 naar Emmen
te verhuizen. Hier wachtte hem de benoeming tot directeur der Ambachtsschool. De heer Nooteboom heeft daar
in Emmen ontzaggelijk veel werk verzet. In 1917 kwam er echter een einde aan zijn Drentse loopbaan, want
toen lokte de Coenstad hem met een directeursbenoeming aan de Ambachtsschool. Tot 1946 heeft hij dagelijks
enkele malen de gang naar het Keern gemaakt, doch toen maakte de Nederlandse wetgever een einde aan zijn
loopbaan in het onderwijs. Het bereiken van de 65-jarige leeftijd betekende namelijk ook voor deze harde
werker het pensioen.
Maar wie zou denken, dat hij rustig thuis zou blijven heeft het lelijk mis, want de oud-directeur doet nog
heel veel werk in het belang van de stad Hoorn. Over de fotografie heeft de heer Nooteboom het zelf al,
maar we willen u even in herinnering brengen, dat hij ook ontzaggelijk veel doet voor het Westfries Museum,
"Oud Hoorn" en de Bouwplancommissie.
REDACTIE HOORNSIGNAAL

