Pool's tabaksfabriek
Eigen teelt tabak (2)
In Amerongen en omgeving was nog een gebied waar men van oudsher al tabak teelde en ook Pool is in deze periode voor een deel aangewezen geweest op de productie uit dit gebied. Daarnaast wordt er gebruik gemaakt van eigenteelt tabak die soms professioneel, maar meestal door amateurs op kleine perceeltjes grond werd verbouwd.
Het in Nederland verwerken van inlandse tabak was overigens niet nieuw. Al in de 17e
en 18e eeuw was er in Nederland een grote tabak verwerkende
industrie. Amsterdam was in die tijd hét centrum waar veel tabaksverwerkende
bedrijfjes de in de provincies Gelderland en Utrecht geteelde tabak verwerkten
tot tabak voor pijp, snuif en sigaar. Er was zelfs een belangrijke export van
deze in Nederland verbouwde tabak. Er werd geëxporteerd naar landen als
Engeland, Frankrijk, Duitsland, België, de Scandinavische landen en de
Oostzeelanden. Vooral voor de Engelse tabaksindustrie was de Hollandse
tabaksteelt en tabaksverwerking een geduchte concurrent. Men kon vanuit
Nederland sterk concurreren door de smaak van de zware kwaliteit Hollandse teelt
tabak te maskeren door te mengen met de uit de Engelse koloniën geïmporteerde
milde Virginia tabak. Meestal werd er gemengd in de verhouding tweederde
Virginia, eenderde Hollandse tabak.
De kwaliteit van de eigenteelt tabak in en na de oorlog was bij lange na niet te vergelijken met die van de overzeese tabakssoorten. We zagen in de 17e en 18e eeuw al dat de inlandse teelt tabak werd gemengd met Virginia tabak. Virginia tabak is in de oorlogsjaren niet voorhanden en men moet het dus doen met de slechte kwaliteit eigenteelt. Het bleef surrogaattabak.



Nieuws