Westfries Museum
Huidig Hoofdgebouw
Algemeen
Funkties/Gebruik
De funktie als vergaderplaats werd in 1796 bij de instelling van de Bataafse Republiek opgeheven wegens hervorming van het gewestelijk en landelijk bestuur. De belangrijkste functies waren nadien als Arrondissementsrechtbank van 1817 tot 1877. Het Kantongerecht was hier tot 1931 gevestigd.
De Staatsspoorwegen had hier van 1878 tot 1888 hun kantoor en in 1879 werd ook een gedeelte van het gebouw toegewezen als eerste ruimte aan het Westfries Museum, dat in 1931 de beschikking kreeg over het gehele pand.
Wijzigingen/verbouwingen
Bijna 100 jaar na de bouw werden er enige bouwkundige wijzigingen doorgevoerd. De belangrijkste bestonden uit vervanging van de toegangsmuur met rondboogpoortje, als afscheiding tussen het openbaar gebied en het voorpleintje in 1729 door het huidige smeedijzeren hek van J. Uljé.
De terugliggende gevel als
achterwand van het voorpleintje werd in 1775 vervangen door de huidige natuurstenen gevel naar ontwerp van
Leendert Viervant in vroeg Lodewijk XVI trant. Van zijn hand is ook het ontwerp van de toen ingerichte
“blauwe kamer” in Lodewijk XVI stijl in het hoofdgebouw en het marmeren toegangspoortje,
inpandig links van de huidige museumtoegang, als zijtoegang tot het hoofdgebouw.

De moer-en kinderbintenzoldering van de schutterszaal.
De ingrijpendste aanpassing vond evenwel plaats gedurende de jaren 1908 - 1911. De Namense blauwe
hardsteen van de voorgevel is toen wegens ernstige verwering vervangen door de huidige grijzere variant
van het hardsteen. Als een buitenschil werden de nieuwe hardsteendelen tegen een nieuw gebouwde gewapend
betonnen (!) draagconstructie aangebracht op een eveneens vernieuwde fundering. Daarbij is de
“vlucht” (overhelling) van de gevel iets teruggebracht. Er is in feite dus een geheel nieuwe
voorgevel geplaatst, waarbij de verwijderde ornamentiek is teruggebracht. De kap werd vernieuwd en de 19e
eeuwse vensters werden vervangen door kruisvensters met luiken.
De eiken moerbalken van de moer- en kinderbalkenzoldering van de vergaderzaal, nu Schutterszaal genoemd,
zijn nu ijzeren balken, aan het oog onttrokken door omtimmering met eiken delen. De houten vloer
veranderde in een betonnen vloer met een parketlaag en onder de nog bestaande raveling van de in begin
19e eeuw gesloopte schouw is toen een oude schouw van elders opnieuw geplaatst.
Tijdens herstelwerkzaamheden in 1957 van de houten vloer van de Lodewijk XVI-kamer kwamen gewelfdelen
te voorschijn, die waarschijnlijk nog deel zijn geweest van de kelder van het vroegere Proostenhuys.

De schouw in de schutterszaal.




Nieuws
