Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed

Grote Kerk te Hoorn

Het orgel

De orgelbouwers

Joh mitterreiter orgel
Joh Mitterreiter orgel in 1838
(foto Westfries museum Hoorn)

In 1466 was in de Grote Kerk een orgel(tje) in gebruik, vermoedelijk een positief. Dat duurde tot in de jaren negentig van de 15e eeuw. Toen hebben de kerkmeesters de bouw van een nieuw orgel opgedragen aan de Utrechtse orgelmaker Gherit Pietersz (zoon van meester Pieter van het orgel van de Nicolaï-kerk aldaar). In 1497 heeft hij het instrument geplaatst aan de noordzijde in de kerk. Het bestond uit hoofdwerk, rugpositief en borstwerk (een zogenaamd 12-voets werk). Een fraai spiltrapje leidend naar de speeltafel wekte algemeen bewondering. Maar de vreemde, oude man die het getimmerd heeft, was onvindbaar en zo vroeg men zich af, of het wellicht de Heilige Joseph zelf was, die...

Het instrument werd gekeurd door de vier arbijters Meester Otto (de pastoor), Meester Jan, organist, en de burgemeesters Jacob van Nyrtych (Noordwijk) en Elbert Jansz. Kosten: 95 Andriesguldens ('oft XII vierisers'). Meester Jan bespeelde het tegen een jaarsalaris van 22 gulden (hij was overigens de derde organist in successie).

In 1523 werd dit orgel verplaatst naar de St. Anthoniskerk (Oosterkerk) aan het Oost en op de oude galerij in het zuidwestelijk transept tegen de zuidelijke muur gezet. Het spiltrapje verdween naar de Noorderkerk aan het Kleine Noord. Daar is het nog altijd te zien. In de Grote Kerk is in de zestiende eeuw, wellicht in 1523, een nieuw orgel gebouwd, maar gegevens daarover ontbreken vrijwel. In 1550 werd dit orgel vergroot.

Op een zeventiende-eeuws schilderij in het Westfries Museum staat een orgel in de kerk afgebeeld. Wellicht is dit het instrument, waarvan de Nijmeegse orgelmaker lbert Kiespenninck in 1620 bij zijn herstelwerkzaamheden de bestaande Touzijn heeft vervangen door een nieuwe (een Touzijn is een zacht geïntoneerd tongwerk, te vergelijken met de modernere Dulciaan). De oude werd 'onbequaem' geacht 'om met de regterhant boven de psalm te spelen'. Het nieuwe, gelijknamige register moest in staat zijn 'om oock, de gemene voys boven uyt te spelen'. Deze maatregel kwam voort uit de behoefte aan sprekende solostemmen. De smaak veranderde; later wenste men ook graag sterkere ondersteuning van de volkszang. Vanaf die tijd ging bijvoorbeeld de Cornet daarbij een belangrijke rol vervullen.

Barent Smit heeft in 1660 acht maanden nodig gehad om het orgel te herstellen. Waarschijnlijk heeft hij tevens een aantal grondige vernieuwingen doorgevoerd. (Zie Oosterkerk op deze site, item Orgel)

Vanaf 1672 tot 1676 werd het orgel niet gebruikt; de ratten richtten grote schade aan. Toen reviseerde Pieter Backer uit Medemblik het instrument voor fl. 2.000.- Particulieren brachten het geld bijeen; Jacob Rippertsz. was in zijn eentje goed voor fl. 500.-. Waarschijnlijk heeft dit vrij onbekende orgel het uitgehouden tot 1774, In dat jaar kreeg Johannes Mitterreither opdracht een nieuw instrument te bouwen. Over het oude orgel vindt men nog een aantekening op het jaar 1775: 'Den 25. July werd achter de Groote Kerk het houtwerk of afbraak van het oude orgel en bijcieraden in voornoemde kerk openbaar verkocht waar van is gekomen een somma van 28 guldens.'

Daar de dispositie van het orgel in 1774 gegeven is en de wijzigingen van voordien bekend zijn, is het mogelijk de registersamenstelling van 1550 te achterhalen. Die was als volgt:

Drie klavieren:
Hoofdwerk: Prestant 16', Octaaf 8', Octaaf 4', Mixtuur 6-st.,
Scherp 4-st., Regaal 8'
Bovenwerk: Prestant 8', Bourdon 8', Octaaf 4', Fluit 4', Gedekte fluit 4',
Octaaf 2', Gemshoorn 2', Quint 2', Sesquialtera
Rugwerk: Prestant 8', Holpijp 8', Octaaf 4', Quintadeen 4',
Superoctaaf2', Sifflet 1', Quintanus 1½, Terts, Scherp, Sesquialtera, Touzijn (8'?)
Klavieromvang: F-a"
4 balgen, elk 6 voet lang, houdende in zich 24 graden wind.

Johannes Mitterreither, geboren in 1733 in Graz, stamde uit een geslacht van orgelbouwers; rond die stad zijn er nog enige orgels van deze familie te vinden. Zelf werkte hij in Leiden. Het Hoornse orgel zou het hoogtepunt van zijn oeuvre worden: een vorstelijk drie-kla­viers orgel met 41 registers. Dispositie: zie N.A. Knocks' dispositie­verzameling 1788. Het orgel, waaraan gewerkt werd van 1774 tot 1777, bevatte onder andere een 16-voets hoofdmanuaal, een 8-voets rugwerk, 4-voets bovenwerk en een 8-voets pedaal (waarmee de prestantbasis is bedoeld). Daarmee stond het duidelijk in de traditie van eerder gemaakte orgels, van vóór de 'verduitsing' dus. Maar er zijn ook verschillen: een quintadeen op het bovenwerk ontbreekt. De klavieromvang van 49 tonen is curieus voor die tijd; ouderwets is echter weer de rijke bezetting van het prestantregister op het boven­werk. Maar ook zijn moderne registers (zoals een fluit travers) gedisponeerd.

Het orgel had een koninklijk uiterlijk; ornamenten waren vervaardigd door de beeldhouwer Johannes Schaddé uit Leiden. Fraai waren ook de balustraden; en interessant is de compositie van hoofdmanuaal, bovenwerk en pedaal in het grote front. Er bestaat enige verwantschap met fronten van (veel kleinere) orgels in Leiden, Zierikzee (Lutherse kerk) en Woubrugge.
De tekening toont een opbouw met rond vooruitspringende en holgewelfde partijen, verdeeld over grote en kleine pijpen; toen iets geheel nieuws in ons land. Zie de foto boven.

Helaas! Op 3 augustus 1838 brandde de Grote Kerk af. Het orgel ging verloren.

In 1851 werd een groot nieuw orgel in de herbouwde Grote Kerk geplaatst door C.G.F. Witte. Het bevatte drie manualen (hoofdwerk, positief en bovenwerk) en een pedaal; de klaviatuur bevond zich aan de zijkant. Alle werken waren in één kas gebouwd; het idee van een groot, orkestraal ensemble kreeg steeds meer invloed in de orgelbouw van die tijd.

In 1878 ging de Grote Kerk opnieuw in vlammen op. Wederom moest er herbouwd worden. In 1889 bouwde Witte een nieuw orgel.

Originele Witte orgel in Grote Kerk
Het Grote Kerk "Witte" orgel
na 1889
naamplaatje Witte Oldenzaal
Naamplaatje van het "Witte" orgel
nu in de Plechelmuskerk Oldenzaal

Dit instrument is na sluiting van de kerk verkocht aan de St. Plechelmuskerk in Oldenzaal. Het werd daar voorzien van een eigentijds front. Het oude front, een prachtig voorbeeld van neo-renaissance, is daarbij teloorgegaan.

Meer over het "Witte" orgel in Oldenzaal vind U hier

 

 

 

menu ontbreekt