De bonte knaagkever (in de Noorderkerk)
De bonte knaagkever (Xestobium rufovillosum) of grote houtwormkever interesseert
zich het sterkst voor loofhout, waarbij dan zowel het spint als de kern worden aangetast.
Soms is ook naaldhout niet veilig voor dit lekkere dier. Kerkgebouwen oude panden, waar
veel eikenhout in is verwerkt. vormen een geliefd reisdoel voor de bonte knaagkever,
een donkerbruin tot grijs/geel gekleurd schepsel, met korte gele haartjes. dat ongeveer
6 tot 8 mm. lang wordt. Bonte knaagkevers zijn geen beste vliegers, maar lopen kunnen
ze goed. Ook langere afstanden. Op die manier is verspreiding van het kwaad dus zeer
wel mogelijk. Evenals de huisboktor legt ook moeder knaagkever na de paring eitjes in
kieren en spleten. Het volvreten van de larven duurt ± 2 jaar. Tussen april en
juni boren de kevertjes zich naar buiten, na al een jaar eerder uit de pop te zijn
gekomen. De volwassen kevers overwinteren niet in zonniger streken, maar in het hout.
Zodra zich ronde uitvliegopeningen aandienen, soms uitgerust met een deurmatje van
grof boormeel, kan dat duiden op de aanwezigheid van bonte knaagkevers.

In 2003 zijn gespecialiseerde bedrijven in de Noorderkerk bezig geweest met de inspectie van het constructiehout en de bestrijding van de knaagkever.
Wim Oussoren (2003)
Bron: Informatie Stichting Noorderkerk juli 2003

